BREUKEN REKENEN
Reken met breuken
Kies een bewerking. De uitkomst wordt exact berekend en automatisch vereenvoudigd.
Een breuk bestaat uit een teller boven de breukstreep en een noemer eronder. Met deze breuken rekenmachine voer je twee breuken in en kies je een bewerking. De calculator rekent met gehele getallen en vereenvoudigt het exacte antwoord automatisch.
Breuken optellen en aftrekken
Bij gelijknamige breuken tel of trek je de tellers van elkaar af. Bij verschillende noemers maak je eerst een gemeenschappelijke noemer. Bijvoorbeeld: 1/2 + 1/3 = 3/6 + 2/6 = 5/6.
Breuken vermenigvuldigen en delen
Vermenigvuldigen doe je door tellers met elkaar en noemers met elkaar te vermenigvuldigen: 3/4 × 2/5 = 6/20 = 3/10. Bij delen keer je de tweede breuk om en vermenigvuldig je: 1/2 ÷ 1/3 = 1/2 × 3/1 = 3/2.
Een breuk vereenvoudigen
Een breuk vereenvoudig je door teller en noemer te delen door hun grootste gemeenschappelijke deler. Zo wordt 12/18 na delen door 6 gelijk aan 2/3. De waarde blijft hetzelfde, maar de getallen worden kleiner. Een noemer mag nooit 0 zijn.
Zo gebruik je de breuken rekenmachine
- Vul de teller en noemer van de eerste breuk in.
- Kies de bewerking in het menu.
- Vul bij rekenen met twee breuken ook teller en noemer van de tweede breuk in.
- Kies ‘Vereenvoudigen’ om alleen de eerste breuk te reduceren.
- Lees de exacte breuk af; waar zinvol staat ook een decimale benadering.
Exacte uitkomst en grenzen
De calculator bewaart de uitkomst als een breuk met gehele getallen. Daardoor hangt de exacte breuk niet af van afronding met decimalen. De decimale weergave is alleen een benadering. Gebruik gehele getallen als teller en noemer en controleer dat geen noemer nul is.